Verpleegkundige Opleiding Inwendige Geneeskunde (VOIG)

Verpleegkundige Opleiding Inwendige Geneeskunde (VOIG)

Verpleegkundige Opleiding Inwendige Geneeskunde  

Voor wie

Interne en externe deelnemers. Verpleegkundigen die werkzaam zijn in de directe patiëntenzorg binnen het specialisme Inwendige Geneeskunde


Voorwaarden voor deelname

Behorend bij de doelgroep zoals hierboven beschreven is


Inhoud en Doel per module

Module 1 Maag Darmen: (3 september, 8.00-11.30 uur)

De deelnemer kan voor patiënten met ziekten of complicaties ten gevolge van ziekte of behandeling aan de slokdarm, maag of darmen:


1. het klinisch beeld uiteen zetten waarin de volgende aspecten worden betrokken:

- mate van ziek zijn;

- klachten en symptomen en typerende patronen;

- (basis)parameters en typerende patronen;

- invloed van de medische voorgeschiedenis op het klinisch beeld;

- invloed van voorgeschreven medicatie op het klinisch beeld;

- invloed van de leefwijze van de patiënt op het klinisch beeld;

- urgentie en de ernst in relatie tot het tijdsbestek waarin het klinisch beeld is ontstaan;

- differentiële diagnoses die passen bij dit klinisch beeld.


2. het kernprobleem bij het klinisch beeld/differentiële diagnose beredeneren vanuit:

- de lichamelijke situatie van de patiënt;

- de psychosociale situatie van de patiënt;

- de activiteiten van het dagelijks leven van de patiënt.


3. het benodigd aanvullend onderzoek beredeneren om tot een diagnose te komen vanuit:

- noodzaak en vraagstelling onderzoek;

- verwachtingen en urgentie uitkomsten onderzoek.


4. de somatische, psychosociale en ADL interventies ordenen en beredeneren vanuit klinische overwegingen en kennis (zo mogelijk vanuit wetenschappelijke literatuur).


5. de ontwikkelingen van de ziekte en behandeling op het zorgproces op de korte en lange termijn beredeneren;

- verwachte effect op ingezette/voorgestelde behandeling;

- neveneffect ziekte of behandeling; complicaties;

- prognose op korte en lange termijn.


6. een beschouwing geven op:

- de patiëntveiligheid;

- de kwaliteit van de zorg;

- eventuele ethische dilemma’s.


7. een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van de zorg aan de patiënt door:

- te participeren in (multidisciplinair)overleg;

- te reflecteren op eigen functioneren in de individuele zorg en in samenwerkingsverbanden (in deze vanuit inbreng tijdens de casuïstiekbespreking).


Module 2 Shock: (15 mei, 12.30-16.00 uur)

De deelnemer kan

pathofysiologie van de verschillende vormen van shock benoemen.

de deelnemer is in staat om signalen van een optredende shock systematisch te observeren, te  interpreteren, adequaat actie te ondernemen, effectief hulp in te roepen, te rapporteren en te evalueren

in alle fasen van de shock en behandeling van de shock, indien mogelijk in samenwerking of in overleg met de patiënt of diens naaste:
- de verpleegproblemen vast te stellen

- de verpleegdoelen vast te stellen

- de verpleegkundige interventies te plannen

- de zorg te coördineren

- de verpleegkundige zorg uit te voeren

- de verpleegkundige zorg te rapporteren

- de totale zorg te evalueren

- het verpleegkundig beleid te beschrijven

- het beleid van het multidisciplinair team te beschrijven

- kennis van de anatomie, fysiologie, etiologie, onderzoek en de in het zorgprotocol beschreven behandeling, actuele- en potentiële complicaties, meest gebruikte medicatie en verpleegkundige observaties van het ziektebeeld toe te passen in het verpleegproces


Module 3 Longen: (data volgen)

De deelnemer is in staat om:

signalen van respiratoire insufficiëntie te  interpreteren, adequaat actie te ondernemen, effectief hulp in te roepen, te rapporteren en te evalueren

COPD, cystic fibrose en acute dyspnoe, indien mogelijk in samenwerking of in overleg met de patiënt of diens naaste:

de verpleegproblemen vast te stellen

-de verpleegdoelen vast te stellen

-de verpleegkundige interventies te plannen

-de zorg te coördineren

-de verpleegkundige zorg uit te voeren

-de verpleegkundige zorg te rapporteren

-de totale zorg te evalueren

-het verpleegkundig beleid te beschrijven

-het beleid van het multidisciplinair team te beschrijven

-kennis van de anatomie, fysiologie, etiologie, onderzoek en de in het zorgprotocol beschreven behandeling, actuele- en potentiële complicaties, meest gebruikte medicatie en verpleegkundige observaties van het ziektebeeld toe te passen in het verpleegproces


Module 4 Leverziekten: (24 maart, 3 september 12.30-16.00 uur)
De deelnemer kan voor patiënten met ziekten of complicaties ten gevolge van ziekte of behandeling aan de lever:


1. het klinisch beeld uiteen zetten waarin de volgende aspecten worden betrokken:

- mate van ziek zijn;

- klachten en symptomen en typerende patronen;

- (basis)parameters en typerende patronen;

- invloed van de medische voorgeschiedenis op het klinisch beeld;

- invloed van voorgeschreven medicatie op het klinisch beeld;

- invloed van de leefwijze van de patiënt op het klinisch beeld;

- urgentie en de ernst in relatie tot het tijdsbestek waarin het klinisch beeld is ontstaan;

- differentiële diagnoses die passen bij dit klinisch beeld.


2. het kernprobleem bij het klinisch beeld/differentiële diagnose beredeneren vanuit:

- de lichamelijke situatie van de patiënt;

- de psychosociale situatie van de patiënt;

- de activiteiten van het dagelijks leven van de patiënt.


3. het benodigd aanvullend onderzoek beredeneren om tot een diagnose te komen vanuit:

- noodzaak en vraagstelling onderzoek;

- verwachtingen en urgentie uitkomsten onderzoek.


4. de somatische, psychosociale en ADL interventies ordenen en beredeneren vanuit klinische overwegingen en kennis (zo mogelijk vanuit wetenschappelijke literatuur).


5. de ontwikkelingen van de ziekte en behandeling op het zorgproces op de korte en lange termijn beredeneren;

- verwachte effect op ingezette/voorgestelde behandeling;

- neveneffect ziekte of behandeling; complicaties;

- prognose op korte en lange termijn.


6. een beschouwing geven op:

- de patiëntveiligheid;

- de kwaliteit van de zorg;

- eventuele ethische dilemma’s.


7. een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van de zorg aan de patiënt door:

- te participeren in (multidisciplinair)overleg;

- te reflecteren op eigen functioneren in de individuele zorg en in samenwerkingsverbanden (in deze vanuit inbreng tijdens de casuïstiekbespreking).


Module 5 Cardiaal: (15 mei, 8.00-11.30)

De deelnemer kan:

Pathofysiologie van cardiale problematiek benoemen.

De deelnemer is in staat om

signalen van cardiale problematiek systematisch te observeren, te interpreteren, adequaat actie te ondernemen, effectief hulp in te roepen, te rapporteren en te evalueren

bij cardiale problematiek en behandeling, indien mogelijk in samenwerking of in overleg met de patiënt of diens naaste:

-de verpleegproblemen vast te stellen

-de verpleegdoelen vast te stellen

-de verpleegkundige interventies te plannen

-de zorg te coördineren

-de verpleegkundige zorg uit te voeren

-de verpleegkundige zorg te rapporteren

-de totale zorg te evalueren

-het verpleegkundig beleid te beschrijven

-het beleid van het multidisciplinair team te beschrijven

-kennis van de anatomie, fysiologie, etiologie, onderzoek en de in het zorgprotocol beschreven behandeling, actuele- en potentiële complicaties, meest gebruikte medicatie en verpleegkundige observaties



Module 6 Nieren: (data volgen)

De deelnemer kan:

pathofysiologie van de nieren beschrijven.

De deelnemer is in staat om:

signalen van nierproblematiek te interpreteren, adequaat actie te ondernemen, effectief hulp in te roepen, te rapporteren en te evalueren

betreffende elektrolytstoornissen, dehydratie, nierinsufficiëntie en bacteriële peritonitis, indien mogelijk in samenwerking of in overleg met de patiënt of diens naaste:

-de verpleegproblemen vast te stellen

-de verpleegdoelen vast te stellen

-de verpleegkundige interventies te plannen

-de zorg te coördineren

-de verpleegkundige zorg uit te voeren

-de verpleegkundige zorg te rapporteren

-de totale zorg te evalueren

-het verpleegkundig beleid te beschrijven

-het beleid van het multidisciplinair team te beschrijven

-kennis van de anatomie, fysiologie, etiologie, onderzoek en de in het zorgprotocol beschreven behandeling, actuele- en potentiële complicaties, meest gebruikte medicatie en verpleegkundige observaties van het ziektebeeld toe te passen in het verpleegproces


Bij alle modules zal het klinisch redeneren worden gebruikt om de medisch /verpleegkundige kennis toe te passen.


Voorbereiding/studiemateriaal

De deelnemers dienen zich voor te bereiden door de studiehandleiding en reader te bestuderen en de gestelde opdrachten uit te voeren.

Studiebelasting thuis: afhankelijk van kennis en ervaring ca. 14 uur


Toetsing

Aan het eind van elke module volgt een toets over de behandelde stof.



Certificering & Accreditatie

De cursus/training is door het kwaliteitsregister Verpleegkundigen en Verzorgenden geaccrediteerd en draagt bij aan de ontwikkeling van de volgende CanMEDScompetenties competenties

Vakinhoudelijk / Klinisch handelen:        60 %

Communicatie:                                40 %

Totaal aantal punten: 3


Praktische info

Duur: 3,5 uur per module + 30 minuten toets (shock, cardiaal, longen, nieren)


Aantal deelnemers

Minimaal 10, maximaal 18




Vragen over de cursus? Neemt u contact met ons op!

Wendy Meijer

Medewerker Planning en Organisatie

Ellen te Pas

Opleidingsadviseur

Bij- en nascholing

Meibergdreef 9,
1105 AZ, Amsterdam
Bekijk meer details

Liever een Cursus op maat?

Aanvragen
Geldige e-mail is verplicht Vraag is verplicht